Derk-Jan Eppink

TIEN SPEERPUNTEN VAN HET EUROREALISME

 

Voor een Europa dat zich bezighoudt met de échte problemen. Stop de betutteling

 

Voor meer democratie in Europa

 

Tegen uitbreiding van de EU als doel op zichzelf

 

Voor een ontvetting van de Europese bureaucratie

 

Tegen een Europese belasting

 

Tegen banenverlies door klimaathysterie

 

Beter vechten tegen de crisis

Enkel kwaliteitsimmigratie

Voor goedkopere energie

Voor een Europese FBI

 
opinie
Republikeinse onderstroom
Mathias Gullentops // woensdag, 15 februari 2012

Van buitenaf lijkt de race om de Republikeinse nominatie voor het presidentschap een vermakelijk moddergevecht tussen enkele doldrieste kandidaten, met als gevolg dat president Obama niet veel hoeft te doen voor zijn herverkiezing. Dat is gezichtsbedrog. Er is een sterke onderstroom in de Amerikaanse samenleving die de electorale positie van de Republikeinen versterkt. Obama zal alles uit de kast moeten halen voor four more years.

 

Bij veel Amerikanen is er een gevoel dat Obama zijn taak niet aan kan. Hij is een fatsoenlijke man, met een perfect gezin maar hij lijkt een beetje op een stagiaire in het Witte Huis. Zijn plan voor de hervorming van de gezondheidszorg(Obamacare) stuit op veel weerstand, de oplopende schuld is een nationale bedreiging, de werkloosheid hoger dan onder zijn voorganger en de regelzucht van zijn regering grenzeloos.

 

Dat gevoel van onzekerheid heeft een electorale opstuwing veroorzaakt ten gunste van de Republikeinen die na hun nederlaag in 2008 uitgeteld leken te zijn. In 2010 kwam de correctie al bij de verkiezingen voor het Congres, voortgestuwd door de tea party. De Republikeinen behaalden een enorme meerderheid in het Huis van Afgevaardigden en verzetten zich tegen Obamacare en de snelle stijging van de overheidsschuld. Aanstaande november kiest Amerika niet alleen een president, maar ook een derde van de Senaat. Nu hebben de Democraten een meerderheid van 53 zetels; de Republikeinen hebben er 47. De kans is groot dat er ook een Republikeinse meerderheid komt in de Senaat. Er komen 23 Democratische zetels vrij en 10 Republikeinse. De Republikeinen hoeven netto maar 4 zetels op de Democraten te veroveren voor een meerderheid. Van de 23 Democratische zetels staan er ten minste 10 zwaar onder druk. Bij de Republikeinen maar een: de zetel van Scott Brown in Massachusetts. Het is niet uitgesloten dat de Republikeinen in de buurt van 60 Senaatzetels komen.

 

Op het niveau van de staten is die onderstroom nog sterker. Zelfs Staten waarin Democraten van oudsher sterk zijn (Michigan, Wisconsin, Virginia, New Jersey) hebben nu een Republikeinse gouverneur. De Republikeinse greep op de parlementen van de staten wordt ook steeds groter: slechts enkele staten zoals Californie en Illinois blijven unisono Democratisch. Deze trend brengt veelbelovende politici voort zoals Marco Rubio (senator uit Florida), Paul Ryan (afgevaardigde uit Wisconsin) en een hele serie gouverneurs als Chris Christie (New Jersey) en Bob McDonnell (Virginia) die de Republikeinen een nieuw gezicht geven.

 

De electorale erosie van de Democraten bemoeilijkt Obama’s herverkiezing. Zelfs zijn kernaanhang kalft af: jongeren haken teleurgesteld af, Latino’s zijn ethisch conservatiever dan Obama, joden bekritiseren diens Israel-beleid en katholieken hekelen diens bemoeizucht met religie, zoals het voorstel om katholieke ziekenhuizen te verplichten voorbehoedsmiddelen te verstrekken.

 

Maakt dit de Republikeinen sterk genoeg om het Obama-tijdperk te sluiten?

 

Vorige week paradeerden de Republikeinse presidentskandidaten in Washington op de Conservative Political Action Conference (CPAC), de jaarlijkse hoogmis van de Amerikaanse conservatieven: Mitt Romney, Rick Santorum en Newt Gingrich. Ron Paul liet het afweten. Door een Europese bril lijkt zo’n bokswedstrijd tussen kandidaten desastreus. Maar dat is niet zo. Een harde voorverkiezing maakt een kandidaat sterker. Obama won in 2008 na een slopend gevecht met Hillary Clinton. Die tweestrijd maakte Obama sterker.

 

De race bij Republikeinen is uitgemond in een strijd tussen ‘Mitt Romney’ en de ‘niet Mitt Romney kandidaten’. Romney heeft een identiteitsprobleem bij de conservatieve partijbasis. Als gouverneur van het ‘progressieve’ Massachusetts heeft hij ‘progressieve’ standpunten ingenomen op onderwerpen als abortus en vrij wapenbezit. Hij moest verkozen in de staat van de Kennedy erfenis. Conservatieven uit het Amerikaanse hartland bekijken diens bekering tot conservatisme met scepsis. Hij is ‘gematigd’ en bovendien spreekt hij ook nog Frans. Romney heeft bovendien fouten gemaakt. Hij profileert zich volledig op ervaring, maar dat deed Clinton ook in 2008 en dat bleek niet voldoende. Hij heeft een offensieve agenda nodig. Daarnaast lijkt hij zich te schamen voor zijn rijkdom van circa 250 miljoen dollar. Hij stamelt in debatten als het daarover gaat. Tot overmaat van ramp zei hij ook nog dat hij ‘niet bezorgd is over de armen want er is voldoende opvang in de VS’. Dat is, eerlijk gezegd, betwistbaar. Hij schetst een beeld van een harteloze rijkeluiszoon die president wil worden.

 

De ‘niet Romney kandidaten’ Santorum en Gingrich hakken daar terecht op in. Romney moet blij zijn dat deze tekortkomingen nu al boven water komen, want Obama zou er in de herfst genadeloos mee afrekenen. Romney heeft ook het geluk dat meerdere ‘niet Romney kandidaten’ in de race blijven. Hij heeft ook een grotere campagnekas en organisatie dan zijn concurrenten. Romney ligt ook beter bij de zwevende kiezers dan zijn conservatieve concurrenten. Als hij op 6 maart (Super Tuesday) geen doorbraak weet te forceren, wordt het een lange weg naar de Conventie in Tampa eind augustus. Zijn voordeel als ‘gematigde’ bij de presidentsverkiezing is nu precies zijn nadeel bij de voorverkiezing.

 

-NRC Handelsblad, 14 Februari 2012

 

 
Republikeinse onderstroom
Mathias Gullentops // woensdag, 15 februari 2012

Van buitenaf lijkt de race om de Republikeinse nominatie voor het presidentschap een vermakelijk moddergevecht tussen enkele doldrieste kandidaten, met als gevolg dat president Obama niet veel hoeft te doen voor zijn herverkiezing. Dat is gezichtsbedrog. Er is een sterke onderstroom in de Amerikaanse samenleving die de electorale positie van de Republikeinen versterkt. Obama zal alles uit de kast moeten halen voor four more years.

 

Bij veel Amerikanen is er een gevoel dat Obama zijn taak niet aan kan. Hij is een fatsoenlijke man, met een perfect gezin maar hij lijkt een beetje op een stagiaire in het Witte Huis. Zijn plan voor de hervorming van de gezondheidszorg(Obamacare) stuit op veel weerstand, de oplopende schuld is een nationale bedreiging, de werkloosheid hoger dan onder zijn voorganger en de regelzucht van zijn regering grenzeloos.

 

Dat gevoel van onzekerheid heeft een electorale opstuwing veroorzaakt ten gunste van de Republikeinen die na hun nederlaag in 2008 uitgeteld leken te zijn. In 2010 kwam de correctie al bij de verkiezingen voor het Congres, voortgestuwd door de tea party. De Republikeinen behaalden een enorme meerderheid in het Huis van Afgevaardigden en verzetten zich tegen Obamacare en de snelle stijging van de overheidsschuld. Aanstaande november kiest Amerika niet alleen een president, maar ook een derde van de Senaat. Nu hebben de Democraten een meerderheid van 53 zetels; de Republikeinen hebben er 47. De kans is groot dat er ook een Republikeinse meerderheid komt in de Senaat. Er komen 23 Democratische zetels vrij en 10 Republikeinse. De Republikeinen hoeven netto maar 4 zetels op de Democraten te veroveren voor een meerderheid. Van de 23 Democratische zetels staan er ten minste 10 zwaar onder druk. Bij de Republikeinen maar een: de zetel van Scott Brown in Massachusetts. Het is niet uitgesloten dat de Republikeinen in de buurt van 60 Senaatzetels komen.

 

Op het niveau van de staten is die onderstroom nog sterker. Zelfs Staten waarin Democraten van oudsher sterk zijn (Michigan, Wisconsin, Virginia, New Jersey) hebben nu een Republikeinse gouverneur. De Republikeinse greep op de parlementen van de staten wordt ook steeds groter: slechts enkele staten zoals Californie en Illinois blijven unisono Democratisch. Deze trend brengt veelbelovende politici voort zoals Marco Rubio (senator uit Florida), Paul Ryan (afgevaardigde uit Wisconsin) en een hele serie gouverneurs als Chris Christie (New Jersey) en Bob McDonnell (Virginia) die de Republikeinen een nieuw gezicht geven.

 

De electorale erosie van de Democraten bemoeilijkt Obama’s herverkiezing. Zelfs zijn kernaanhang kalft af: jongeren haken teleurgesteld af, Latino’s zijn ethisch conservatiever dan Obama, joden bekritiseren diens Israel-beleid en katholieken hekelen diens bemoeizucht met religie, zoals het voorstel om katholieke ziekenhuizen te verplichten voorbehoedsmiddelen te verstrekken.

 

Maakt dit de Republikeinen sterk genoeg om het Obama-tijdperk te sluiten?

 

Vorige week paradeerden de Republikeinse presidentskandidaten in Washington op de Conservative Political Action Conference (CPAC), de jaarlijkse hoogmis van de Amerikaanse conservatieven: Mitt Romney, Rick Santorum en Newt Gingrich. Ron Paul liet het afweten. Door een Europese bril lijkt zo’n bokswedstrijd tussen kandidaten desastreus. Maar dat is niet zo. Een harde voorverkiezing maakt een kandidaat sterker. Obama won in 2008 na een slopend gevecht met Hillary Clinton. Die tweestrijd maakte Obama sterker.

 

De race bij Republikeinen is uitgemond in een strijd tussen ‘Mitt Romney’ en de ‘niet Mitt Romney kandidaten’. Romney heeft een identiteitsprobleem bij de conservatieve partijbasis. Als gouverneur van het ‘progressieve’ Massachusetts heeft hij ‘progressieve’ standpunten ingenomen op onderwerpen als abortus en vrij wapenbezit. Hij moest verkozen in de staat van de Kennedy erfenis. Conservatieven uit het Amerikaanse hartland bekijken diens bekering tot conservatisme met scepsis. Hij is ‘gematigd’ en bovendien spreekt hij ook nog Frans. Romney heeft bovendien fouten gemaakt. Hij profileert zich volledig op ervaring, maar dat deed Clinton ook in 2008 en dat bleek niet voldoende. Hij heeft een offensieve agenda nodig. Daarnaast lijkt hij zich te schamen voor zijn rijkdom van circa 250 miljoen dollar. Hij stamelt in debatten als het daarover gaat. Tot overmaat van ramp zei hij ook nog dat hij ‘niet bezorgd is over de armen want er is voldoende opvang in de VS’. Dat is, eerlijk gezegd, betwistbaar. Hij schetst een beeld van een harteloze rijkeluiszoon die president wil worden.

 

De ‘niet Romney kandidaten’ Santorum en Gingrich hakken daar terecht op in. Romney moet blij zijn dat deze tekortkomingen nu al boven water komen, want Obama zou er in de herfst genadeloos mee afrekenen. Romney heeft ook het geluk dat meerdere ‘niet Romney kandidaten’ in de race blijven. Hij heeft ook een grotere campagnekas en organisatie dan zijn concurrenten. Romney ligt ook beter bij de zwevende kiezers dan zijn conservatieve concurrenten. Als hij op 6 maart (Super Tuesday) geen doorbraak weet te forceren, wordt het een lange weg naar de Conventie in Tampa eind augustus. Zijn voordeel als ‘gematigde’ bij de presidentsverkiezing is nu precies zijn nadeel bij de voorverkiezing.

 

-NRC Handelsblad, 14 Februari 2012

 

 
De Franse Droom
Mathias Gullentops // woensdag, 07 december 2011

Toen de Britse regering zich ooit bemoeide met monetaire eenwording hield de toenmalige Franse minister van Financiën, Dominique Strauss-Kahn (DSK) de Britten een levensles voor. ‘Een monetaire unie is als een huwelijk’, zei hij. ‘Mensen die zijn getrouwd, willen geen andere mensen in de slaapkamer’. DSK, intussen wereldbekend expert inzake slaapkamers, had in monetair opzicht gelijk. Een monetaire unie is een begrotingshuwelijk.

 

Europese leiders komen deze week voor de vijftiende keer in twintig maanden bijeen om het huwelijk te redden. Niemand heeft een pasklaar antwoord, terwijl de Amerikaanse regering – in diepe schuld weggezakt – optreedt als huwelijksconsulent. President Obama raadt Europa aan de drukpers van de Europese Centrale Bank (ECB) op volle toeren te zetten, zoals hij zelf deed. De Amerikaanse centrale bank drukte twee biljoen dollar bij, maar de economie blijft stagneren terwijl de overheidsschuld explodeert.

 

De Duitse regering zit op het spoor van begrotingsdiscipline en germaniseert de eurozone. Een monetaire unie vereist begrotingsdiscipline met gelijke criteria die extern kunnen worden afgedwongen. Het stabiliteitspact, ooit een Duitse eis, verwaterde. Duitsland legt nu op wat tien jaar geleden had moeten gebeuren: een unie rond hervormingsbeleid. Intussen is de eurozone een schuldverslaafde op zoek naar meer schuld, via euro obligaties of een ECB die massaal geld bijdrukt. Berlijn houdt die deur dicht zolang de rest van de eurozone niet is onderworpen aan de Teutoonse begrotingspolitiek.

 

De Europese topontmoetingen tonen een psychologische verschuiving. Toen de Eurocrisis uitbrak, zette Frankrijk de toon. Bondskanselier Merkel stemde in met een Euro Reddingsfonds onder druk van president Sarkozy die dreigde de monetaire unie te verlaten. Sarkozy was sneller en bitsig, terwijl Merkel onwillig volgde. Dat is gekeerd. Merkel kreeg met een noeste vasthoudendheid de overhand en de tragikomische Sarkozy zingt een toontje lager.

 

In de Bondsdag vergeleek Merkel vrijdag de race om de euro te redden met een marathon, maar voor Sarkozy moet het een sprint zijn. Zijn herverkiezing in mei 2012 hangt af van de Franse kredietwaardigheid. Volgende maand moet Frankrijk 53 miljard euro lenen om zijn schuld te herkapitaliseren. Lukt dat als de uitgifte van Duitse obligaties vorige maand al zo moeizaam verliep?

 

Sarkozy’s tegenkandidaat, de socialist François Hollande, publiceerde een campagneboek getiteld le rêve français, de Franse droom. Hij doet honderd pagina’s over de beschrijving terwijl enkele woorden volstaan: le beurre et l’argent du beurre. Letterlijk: ‘de boter en het geld van de boter’. De Fransen willen leven als God in Frankrijk en eisen het geld er gratis bij. De 35-urige werkweek is een sociale verworvenheid, terwijl het pensioen ingaat op 60 (pas verhoogd naar 62!). De burger laaft zich aan een enorme rechtencatalogus en staakt (c’est mon droit) indien er niet wordt geleverd. De publieke sector is onaantastbaar met machtige vakbonden die het land zonder pardon platleggen. De Franse politiek stelt de imperatieven; de economie wordt geacht te volgen, zoals een adjudant de generaal.

 

Maar dat gebeurt niet. In de laatste dertig jaar heeft Frankrijk nooit een begrotingsoverschot gehad. Vandaag bedraagt het Franse begrotingstekort 5,7 procent, terwijl de staatsschuld opliep van 64,9 procent van het bnp in 2004 naar 86,2 procent nu. Ook de Franse concurrentiepositie ziet er slecht uit. In de laatste tien jaar evolueerde Frankrijk van een overschot naar een tekort op de betalingsbalans, terwijl Duitsland steeds grotere overschotten boekte.

 

Frankrijk is economisch een natie op lemen voeten, maar de Franse politieke klasse leeft in staat van ontkenning. Er is ‘boter’, maar er het geld van de boter is weg: de Franse droom is een natte droom. Met die slogan wint Sarkozy geen presidentsverkiezingen. In plaats daarvan zoekt hij Duits geld bij de Franse boter.

 

Franse politici (links of rechts, het maakt niet uit) moeten luisteren naar Jin Liqun, voorzitter van de China Investment Corporation (CIC), met in kas een vermogen van honderden miljarden dollars waar de schuldverslaafde eurozone naar snakt. In de Daily Telegraph (20-10-2011) zegt hij: ‘De kern van het probleem in Europa is de overbelaste welvaartsstaat, die luiheid en traagheid bevordert en hard werken bestraft. Europeanen moeten harder, langer werken en innovatiever zijn’. Voilà, de woorden van een Chinese communist.

 

De logica ‘monetaire unie = begrotingsunie’ is ingrijpend. Aangezien devaluatie onmogelijk is, worden alle landen gedwongen tot beperking van de overheidssector, versobering van de sociale zekerheid, liberalisering van arbeidsmarkt, beperkte lasten voor bedrijven en beperking van vakbondsmacht. Kortom: als het concurrentievermogen wordt beschadigd, wordt de euro ondermijnd.

 

De filosofische uitkomst van dit proces is Friedman, niet Keynes. Vooral Europese socialisten en groenen hebben dit nog niet begrepen. Hoe harder ze roepen om behoud van de euro, hoe meer reclame ze maken voor de lessen van Friedman, een naam die ze uitspugen. Het behoud van de euro met de ijzeren begrotingsdiscipline van Merkel is het einde van de Franse droom. De Fransen beseffen dit nog niet en daarom worden ze volgend jaar wakker in een nachtmerrie.

 

 
Het einde van België
Mathias Gullentops // woensdag, 20 juli 2011
het einde van belgi
 
Mourning for Poland
Derk Jan Eppink // maandag, 12 april 2010

 For insightful reading on the history of Poland, consult God's Playground by Norman Davies

All European countries have their troubles, major and minor, but Poland has oftentimes been struck by fate.

 

A feeling of great compassion and mourning runs through me because of the death of the entire Polish delegation, which crashed in Smolensk. Among them president Lech Kaczyński and many high-ranking Polish dignitaries from the political, military and religious elite.

 

My support goes especially to the relatives and the members of the Polish delegation in our own political group of the European Conservatives and Reformists in the European Parliament. Fortunately, none of our colleagues were on board.

 

Symbolically it couldn't have been worse, because of the mass-murder in Katyn in 1940 when the Soviet secret police murdered 22.000 Poles, among them many military officers and the intelligence. Stalin wanted to decapitate Poland politically, militarily and intellectually. The Soviet Union has always denied the crime but the Russian Federation could no longer ignore the facts and evidence.

 

The airplane crashed on the exact day of commemoration, with on board Polish top officials and relatives of the victims of Katyn on board. This is for Poland a traumatic experience.

Lees verder...
 
<< Start < Vorige 1 2 3 4 Volgende > Einde >>

Pagina 1 van 4