Derk-Jan Eppink

TIEN SPEERPUNTEN VAN HET EUROREALISME

 

Voor een Europa dat zich bezighoudt met de échte problemen. Stop de betutteling

 

Voor meer democratie in Europa

 

Tegen uitbreiding van de EU als doel op zichzelf

 

Voor een ontvetting van de Europese bureaucratie

 

Tegen een Europese belasting

 

Tegen banenverlies door klimaathysterie

 

Beter vechten tegen de crisis

Enkel kwaliteitsimmigratie

Voor goedkopere energie

Voor een Europese FBI

 
In de ban van de Boere
vrijdag, 25 november 2011

Twintig jaar na de vrijlating van Nelson Mandela bestrijdt de top van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) nog altijd spoken uit het verleden. Julius Malema, jeugdleider van het ANC, zingt vrolijk Shoot the Boer en bepleit nationalisering van de mijnbouw, terwijl de Zuid-Afrikaanse regering solidair is met vroegere strijdmakkers zoals Robert Mugabe en Moammar Gaddafi. De Dalai Lama was, na Chinese druk, ook niet welkom in Zuid-Afrika waarna gepensioneerd aartsbisschop Desmond Tutu opmerkte: ‘onze regering is erger dan de apartheidsregering’.

 

Tutu had de Tibetaanse geestelijk leider uitgenodigd maar zijn gast kreeg geen visum. Een vingerwijzing vanuit Peking was voldoende om het bezoek van de Dalai Lama te dwarsbomen. Tutu sprak president Zuma aan en raakte een gevoelige snaar. ‘We dachten een regering te hebben die gevoelig is voor de waarden van onze grondwet. Meneer Zuma, U en uw regering vertegenwoordigen me niet. U vertegenwoordigt uw eigen belangen. We bidden voor de val van een regering die ons niet vertegenwoordigt. Mubarak had een grote meerderheid. Gaddafi ook. Kijk uit, ik waarschuw U’.

 

Tutu was ongetwijfeld emotioneel en hij sprak, zoals vroeger, recht voor de raap. Uit zijn woorden spreekt grote teleurstelling over het bewind van het ANC na hoge verwachtingen die volgden op de vrijlating van Mandela in 1991 en de eerste vrije verkiezingen van 1994. In Zuid-Afrika heeft de blanke politieke elite plaatsgemaakt voor een zwarte die zeker niet minder corrupt is dan de blanke. Corruptieschandalen zijn dagelijkse kost en de zelfbediening van de politieke elite is schaamteloos. Intussen blijven in Zuid-Afrika de krottenwijken aangroeien en is de kloof tussen arm en rijk groter dan in Brazilië. Het ANC is er nooit in geslaagd vele miljoenen Zuid-Afrikaanse zwarten reële economische vooruitgang te brengen. Integendeel, president Mbeki heeft de Hiv epidemie volledig mismeesterd. Het ANC is sterk in retoriek maar zwak in resultaten. Naarmate het inroepen van de apartheidsdagen moeilijker wordt, groeit enkel de eigen verantwoordelijkheid.

 

Zuid-Afrika is de facto een éénpartijstaat, want er is geen partij die het ANC bedreigende concurrentie kan aandoen. Dit betekent dat de partijcultuur van het ANC maatgevend is en deze bestaat uit een strijdcultus die meer mythe is dan werkelijkheid. De leiders spreken over de struggle maar liggen al jaren in het vet van de macht. Het is dus niet verwonderlijk dat de oppositie tegen de ANC-top komt uit de linkervleugel van het ANC die de struggle heruitvindt. Het is politieke romantiek, maar van het gevaarlijk soort.

 

Een voorbeeld is Julius Malema, de leider van de ANC jeugdliga. Malema grijpt de kloof tussen rijk en arm aan om nationalisatie van de mijnbouw en onteigening van landbouwgrond van blanke boeren te eisen. Zijn grote voorbeeld is Robert Mugabe, president van Zimbabwe. Malema bezocht hem in 2002. Waar Malema’s heldenstatus vandaan komt is een raadsel. Zijn aandeel in de strijd tegen apartheid was marginaal: toen Mandela vrij kwam, was hij 9! Hij haalde zijn middelbare schooldiploma toen hij 21 was, met veel onvoldoendes. Niettemin woont Malema in Sandton, een rijke wijk van Johannesburg, is steenrijk en laat een villa van 16 miljoen rand bouwen. Hij rijdt in zijn Mercedes naar de arme townships om de revolutie te prediken. Waar zijn geld vandaan komt is eveneens een raadsel.

 

Malema is een antiapartheidsstrijder terwijl de apartheid al geruime tijd is afgeschaft; een soort verzetsstrijder na de oorlog. Hij oogst succes omdat hij de achillespees van het ANC raakt: onvoldoende economische vooruitzichten voor miljoenen havelozen.

 

Ook predikt hij revolutie buiten Zuid-Afrika. Volgens Malema is de regering van Botswana te vriendelijk voor het Westen en daarom bepleit hij regime change. Botswana is nota bene één van de weinige succesvolle Afrikaanse landen. Hij radicaliseert een koers die ooit door president Mbeki werd ingezet. Het Zuid-Afrikaanse buitenlands beleid is het laatste overblijfsel van het tiers mondisme; een radicaal-linkse opvatting waarin de Derde wereld als willoos slachtoffer van het kapitalistische Westen wordt afgeschilderd. In werkelijkheid is Afrika het slachtoffer van zijn eigen leiders.

 

Zuid-Afrika is oorverdovend stil bij Mugabe's plundering van Zimbabwe. Zuid-Afrika steunde het Gaddafi bijna tot de laatste snik. Vicepresident Motlanthe zei na de eerste bombardementen dat de NAVO moest worden veroordeeld wegens misdaden tegen de mensheid. Zuid-Afrika steunt het failliete Cuba en onthield zich van stemming bij een VN resolutie dat het geweld van de Syrische regering veroordeelde. Kortom: Zuid-Afrika staat aan de kant van de onderdrukker. Het ANC eiste ooit steun in zijn struggle, maar Zuid-Afrika torpedeert als democratie de struggle van andere volkeren.

 

Twintig jaar na dato hadden velen, net als Tutu, beter verwacht van de ‘Regenboognatie’. Zuid-Afrika werd niet de drijvende kracht van een Afrikaanse wedergeboorte, maar bleef mentaal de gevangene van zijn strijdcultus met zelfbeklag en antiwesterse retoriek. Zuid-Afrika werd vanuit het gehekelde Westen gesteund met miljarden euro aan ontwikkelingsgelden, als teken van hoop. Het werd een investering in valse hoop.