Derk-Jan Eppink

TIEN SPEERPUNTEN VAN HET EUROREALISME

 

Voor een Europa dat zich bezighoudt met de échte problemen. Stop de betutteling

 

Voor meer democratie in Europa

 

Tegen uitbreiding van de EU als doel op zichzelf

 

Voor een ontvetting van de Europese bureaucratie

 

Tegen een Europese belasting

 

Tegen banenverlies door klimaathysterie

 

Beter vechten tegen de crisis

Enkel kwaliteitsimmigratie

Voor goedkopere energie

Voor een Europese FBI

 
Europa heeft meer Frankrijk nodig PDF Afdrukken E-mailadres
DJ Eppink // maandag, 15 februari 2010
Guy Verhofstadt drukte in Le Monde zijn afkeer uit tegen het debat over de Franse nationale identiteit. Hij vergelijkt dat debat met de geest van Vichy. Als lid van het Europees Parlement, en Nederlander gekozen in Belgie, heb ik Verhofstadts beleid jarenlang gevolgd. Zijn verwijten zijn uitermate pretentieus voor een ex-premier uit een land dat zelf geen nationale identiteit heeft. Belgen weten van zichzelf niet wie ze zijn: Vlaming, Waal, Brusselaar, Belg?   

 

Tijdens de campagne voor de Europese verkiezingen zei Verhofstadt vorig jaar in Gent dat de nationale identiteit niet bestaat. Hij ziet een debat daarover als een expressie van nationalisme en tribalisme. Alle natiestaten in de EU hebben echter een uitgesproken nationale identiteit. Belgie niet. Het is namenlijk geen natiestaat.


Voor Belgie is Europa een vlucht uit de binnenlandse problemen. België wil opgaan in Europa omdat het de binnenlandse problemen niet zelf kan oplossen. Belgische politici hopen dat Belgie in de Europese Unie verdampt. Guy Verhofstadt is daar een extreme exponent van. Ik vraag me af of bijvoorbeeld Europese Parlementsleden van Modem voor de verdamping van Frankrijk in Europa zijn?


Het Franse debat over nationale identiteit is van belang voor Europa omdat Frankrijk basiswaarden (scheiding tussen kerk en staat en individuele vrijheden) onomwonden naar voren schuift, terwijl andere EU-landen minder uitgesproken zijn. Frankrijk kan dat debat ook scherper voeren dan bijvoorbeeld Duitsland dat is belast door het verleden. Bovendien dwingt Frankrijk elke immigrant te assimileren in de Franse samenleving op basis van zijn ‘Republikeinse waarden’. Grootscheepse immigratie heeft in Frankrijk de vraag opgeworpen: wie zijn wij en voor welke waarden staan we? En dat debat geldt voor heel Europa. Die vraag leeft ook bij Duitsers, Nederlanders, Britten, Ieren, Finnen of Italianen.


De opmerkingen van Verhofstadt zijn bizar en zijn vlucht in de Europese identiteit (wat is dat?) typisch voor een politicus zonder kompas. Beginjaren negentig schreef Verhofstadt in zijn eerste Burgermanifest nog over ‘de gevaren en de onverdraagzaamheid’ van de islam’. Nu is hij boos als Vlaamse journalisten die woorden nog durven te citeren. Bij de opbouw van zijn Vlaamse liberale partij probeerde hij figuren uit het radicaal rechtse Vlaams Blok aan te zetten naar zijn partij over te lopen. Nu verdoemt hij ze. Ook pleitte hij voor meer Vlaamse autonomie. Nu spreekt hij over ‘tribalisme en nationalisme’.


Verhofstadt ziet een debat over nationale identiteit als een extreem rechtse agenda en de sfeer van Vichy. Wat een morele arrogantie! Europese landen moeten dat debat juist durven voeren om de basiswaarden van onze samenleving helder te maken. Een Europa zonder cultureel zelfvertrouwen is een verloren continent. In dat opzicht heeft Europa de Franse moed juist nodig en kan het een Verhofstadt missen als kiespijn.

Laatst aangepast op donderdag, 25 februari 2010